<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Vennootschapsbelasting &#8211; gosens</title>
	<atom:link href="https://gosensfm.nl/category/vennootschapsbelasting/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://gosensfm.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Thu, 25 Jun 2026 07:04:42 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0</generator>

<image>
	<url>https://gosensfm.nl/wp-content/uploads/2019/02/Gosens_Favicon.png</url>
	<title>Vennootschapsbelasting &#8211; gosens</title>
	<link>https://gosensfm.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Crypto-investering op naam dga niet aftrekbaar bij bv</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/06/crypto-investering-op-naam-dga-niet-aftrekbaar-bij-bv/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Jun 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-67575</guid>

					<description><![CDATA[Een dga sluit een overeenkomst voor de aankoop van cryptotokens. De bv maakt het aankoopbedrag van &#8364;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een dga sluit een overeenkomst voor de aankoop van cryptotokens. De bv maakt het aankoopbedrag van &euro; 250.000 over. De tokens blijken waardeloos. De bv wil het verlies ten laste van haar resultaat brengen. De inspecteur weigert de afwaardering. De overeenkomst staat immers op naam van de dga, niet op naam van de bv.&nbsp;</p>
<h4>Investering in cryptomining</h4>
<p>In 2018 wordt de dga benaderd door een bedrijf uit de Verenigde Arabische Emiraten. Het bedrijf wil geld ophalen voor een cryptominingonderneming. De dga krijgt een brochure met mooie rendementsvooruitzichten. Hij sluit een overeenkomst voor de aankoop van ruim 422 miljoen tokens voor &euro; 250.000. De tokens geven recht op een maandelijks aandeel in de opbrengst van de mining. De bv maakt het bedrag over. In de jaarrekening 2018 van de bv worden de tokens opgenomen onder financi&euml;le vaste activa.</p>
<h4>Investering blijkt waardeloos</h4>
<p>Het blijkt echter dat er niets gebeurt met het geld. De cryptomining komt nooit van de grond. In mei 2020 bevestigt een van de betrokkenen per e-mail dat het project is mislukt en de investering waardeloos is. Een onderzoeksbureau concludeert in opdracht van de dga dat voldoende grond bestaat voor aangifte wegens oplichting. In de aangifte vennootschapsbelasting 2019 brengt de bv de volledige &euro; 250.000 in aftrek als afwaardering van de tokens.</p>
<h4>Overeenkomst staat op naam dga</h4>
<p>De inspecteur weigert de aftrek. De overeenkomst is immers door de dga in priv&eacute; gesloten, niet door de bv. Ook het ontvangstbewijs voor de tokens staat op naam van de dga. Dat de bv het bedrag heeft overgemaakt, maakt dit niet anders. De betaling kwalificeert als verkapte winstuitdeling aan de dga. De inspecteur legt een aanslag op naar een belastbaar bedrag van &euro; 3.556.548 in plaats van de aangegeven &euro; 3.306.548.</p>
<h4>Hof volgt inspecteur</h4>
<p>De curator van de inmiddels failliete bv gaat in beroep. Hij stelt dat de bv om zakelijke redenen in de tokens heeft ge&iuml;nvesteerd, namelijk om handelstransacties in cryptovaluta te faciliteren. Het hof oordeelt dat de bewijslast bij de curator ligt. Uit de overeenkomst blijkt nergens dat de dga namens de bv handelde. De curator heeft ook geen e-mails of andere stukken uit 2018 overgelegd waaruit dit zou kunnen blijken. De inspecteur had hier al v&oacute;&oacute;r het faillissement om gevraagd. Dat de stukken er niet meer zijn, komt voor rekening van de bv. Bovendien heeft de accountant zich onthouden van een oordeel over de jaarrekening. De afwaardering is terecht geweigerd.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Boete vervalt door strafrechtelijke vrijspraak, navordering niet</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/06/boete-vervalt-door-strafrechtelijke-vrijspraak-navordering-niet/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 11 Jun 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-67521</guid>

					<description><![CDATA[Een recyclingbedrijf betaalt in 2017 ruim &#8364; 1 miljoen aan twee bv's voor de levering van]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een recyclingbedrijf betaalt in 2017 ruim &euro; 1 miljoen aan twee bv&#039;s voor de levering van cacaoveegsel en steigermateriaal. De FIOD vermoedt dat geen goederen zijn geleverd en dat het om witwassen gaat. De strafrechter spreekt het bedrijf vrij. Toch legt de inspecteur een navorderingsaanslag op. Mag dat na een vrijspraak? En wat betekent de vrijspraak voor de vergrijpboete?</p>
<h4>Opmerkelijke transacties</h4>
<p>Het recyclingbedrijf maakt deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In 2017 stelt het bedrijf creditfacturen op aan twee bv&#039;s: &euro; 325.000 voor cacaoveegsel en &euro; 753.280 voor steigermateriaal. Het bedrijf betaalt deze bedragen aan de twee bv&#039;s en brengt ze als inkoopkosten in aftrek. De FIOD doet onderzoek. De twee bv&#039;s blijken holdings te zijn zonder activiteiten in de recyclingbranche. Weegbonnen, vrachtbrieven en andere documenten die de leveringen onderbouwen, ontbreken. De dga verklaart dat hij niet weet van wie de goederen afkomstig zijn en dat hij geen contactpersoon heeft bij een van de bv&#039;s.</p>
<h4>Vrijspraak voor witwassen en valsheid in geschrifte</h4>
<p>Het recyclingbedrijf wordt vervolgd voor witwassen en valsheid in geschrifte. De strafrechter spreekt het bedrijf vrij. Er zijn weliswaar aanwijzingen dat een goederenstroom ontbreekt, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de facturen vals zijn. De inspecteur legt desondanks een navorderingsaanslag op van ruim &euro; 1 miljoen aan gecorrigeerde winst, plus een vergrijpboete van &euro; 129.785.</p>
<h4>Belastingrechter oordeelt zelfstandig</h4>
<p>De rechtbank oordeelt dat de strafrechtelijke vrijspraak niet in de weg staat aan de navorderingsaanslag. De belastingrechter vormt zelfstandig een oordeel over de feiten en is daarbij niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter. De bewijslast voor de inkoopkosten rust op het bedrijf. Het bedrijf slaagt daar niet in. De creditfacturen zijn door het bedrijf zelf opgesteld en worden niet ondersteund door achterliggende stukken of een geloofwaardige verklaring. Bij een kostenpost van ruim &euro; 1 miljoen mag worden verwacht dat deze kan worden onderbouwd met objectieve en verifieerbare gegevens.</p>
<h4>Boete sneuvelt op onschuldpresumptie</h4>
<p>Voor de vergrijpboete geldt een ander regime. De inspecteur moet overtuigend aantonen dat sprake is van opzet. Hij baseert zich uitsluitend op de bevindingen van het strafrechtelijke onderzoek en heeft geen aanvullend onderzoek verricht. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur daarmee niet in zijn bewijslast slaagt. De boete verwijt het bedrijf in wezen dat het valse facturen heeft gebruikt. Dat uitgangspunt is na de strafrechtelijke vrijspraak in strijd met de onschuldpresumptie. De rechtbank vernietigt daarom de boete.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Doorlenen tegen hogere rente is winstuitdeling</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/03/doorlenen-tegen-hogere-rente-is-winstuitdeling/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 Mar 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-66657</guid>

					<description><![CDATA[Een bv leent een miljoen aan haar dga tegen 2% rente. De dga leent datzelfde bedrag door aan derden tegen]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een bv leent een miljoen aan haar dga tegen 2% rente. De dga leent datzelfde bedrag door aan derden tegen 7% rente. Het verschil van 5% steekt hij in eigen zak. De inspecteur ziet dit als een verkapte winstuitdeling. Het hof is het daarmee eens. Wie aan zijn eigen bv minder rente betaalt dan hij vraagt van een derde, bevoordeelt zichzelf als aandeelhouder.</p>
<h4>Twee leningen, één geldstroom</h4>
<p>De dga leent geld uit aan een zakenrelatie en diens bv. Dit geld leent hij van zijn eigen bv tegen een lagere rente. Het geld gaat rechtstreeks van de bv naar de zakenrelatie. De dga fungeert als doorgeefluik en houdt jaarlijks het renteverschil (van ruim € 45.000).</p>
<h4>De inspecteur prikt erdoorheen</h4>
<p>De inspecteur constateert dat de twee leningen nagenoeg identiek zijn. Dezelfde hoofdsom, hetzelfde moment van aangaan, dezelfde afwezigheid van zekerheden en tussentijdse aflossingsverplichtingen. Zelfs de aflossingsdata vallen samen. Het enige verschil is de rente. De inspecteur stelt dat de bv een onzakelijk lage rente heeft bedongen van haar aandeelhouder. Dat renteverschil is een verkapte winstuitdeling die tot de winst van de bv moet worden gerekend.</p>
<h4>Vermogenspositie maakt geen verschil</h4>
<p>De rechtbank geeft de bv nog gelijk. De vermogenspositie van de dga zou gunstiger zijn dan die van de zakenrelatie, waardoor een lagere rente gerechtvaardigd zou zijn. Het hof denkt daar anders over. De zakenrelatie bezit 42 onroerende zaken en heeft een aanzienlijke rendementsgrondslag in box 3. De dga beschikt naast zijn box 3-vermogen ook over alle aandelen in de bv, met een waarde van ruim € 3 miljoen. Beide partijen kunnen de lening van € 1 miljoen eenvoudig terugbetalen. Het verschil in vermogenspositie verklaart het renteverschil dus niet.</p>
<h4>Bewust of onbewust? Het maakt niet uit</h4>
<p>Het hof oordeelt dat sprake is van een opzettelijk winstgemis. Gezien het substantiële renteverschil had het voor de bv en de dga, die als enig aandeelhouder en bestuurder met elkaar te vereenzelvigen zijn, duidelijk moeten zijn dat 2% een onzakelijk lage rente was. Of zij zich bewust waren van de exacte omvang van de bevoordeling, doet er niet toe. Het verschil van ruim € 45.000 is een winstuitdeling en wordt bij de winst van de bv opgeteld. De inspecteur krijgt gelijk.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/03/schuld-aan-jezelf-verdwijnt-en-levert-belastbare-winst-op/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Mar 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-66317</guid>

					<description><![CDATA[Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv vindt dat onterecht.&nbsp;</p>
<h4>Hoe ontstond deze situatie?</h4>
<p>Een commanditaire vennootschap (cv) – een samenwerkingsverband tussen vennoten – wordt bestuurd door een bv. In de loop der jaren koopt die bv alle belangen van de andere vennoten op. Uiteindelijk is de bv de enige overgebleven vennoot. Van een echte samenwerking is dan geen sprake meer: de cv en de bv zijn feitelijk één geworden. De cv had een schuld van ruim € 6 miljoen aan een andere groepsvennootschap voor managementvergoedingen. Die groepsvennootschap gaat failliet. De curator verkoopt de vordering aan de bv voor slechts € 2.500.</p>
<h4>Schuld aan jezelf bestaat niet</h4>
<p>Door de aankoop van de vordering ontstaat een bijzondere situatie. De bv is nu zowel schuldeiser als schuldenaar. Je kunt geen schuld aan jezelf hebben: als je € 100 tegoed hebt van jezelf, kun je dat bedrag niet opeisen. De schuld verdwijnt daarom automatisch. Dit heet in juridische termen &#8216;schuldvermenging&#8217;. De rechtbank oordeelt dat het niet uitmaakt dat de cv nog bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven. Er is geen samenwerkingsverband meer, dus de cv bestaat fiscaal niet meer als zelfstandige entiteit.</p>
<h4>Vrijval is winst</h4>
<p>De bv had een schuld van € 6 miljoen op de balans staan. Die schuld verdwijnt nu voor € 2.500. Het verschil is een voordeel. De inspecteur belast dit als kwijtscheldingswinst. De bv probeert daar onderuit te komen met verschillende argumenten. Zij stelt dat de vrijval niet belast zou moeten worden, omdat de lening bijzondere kenmerken had. De rechtbank verwerpt dit. De bv heeft geen leningsovereenkomst overgelegd waaruit die bijzondere kenmerken blijken. Ook het beroep op eerder gemaakte afspraken met de Belastingdienst slaagt niet, omdat de bv niet kan bewijzen dat die afspraken daadwerkelijk zijn gemaakt.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Geen aftrek voor fiscale eenheid omdat onderneming deelneming al was beëindigd bij voeging</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/02/geen-aftrek-voor-fiscale-eenheid-omdat-onderneming-deelneming-al-was-beeindigd-bij-voeging/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 Feb 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-66265</guid>

					<description><![CDATA[Een bv houdt een deelneming in een op Isle of Man gevestigde Ltd die een jacht verhuurt. De Ltd wordt]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een bv houdt een deelneming in een op Isle of Man gevestigde Ltd die een jacht verhuurt. De Ltd wordt geliquideerd en de moedermaatschappij van de fiscale eenheid wil ruim € 6 miljoen liquidatieverlies in aftrek brengen. De inspecteur weigert de aftrek. De onderneming van de Ltd was volgens hem al gestaakt toen de bv in de fiscale eenheid werd gevoegd. Het liquidatieverlies kan dan alleen worden afgezet tegen de winst van die bv zelf.&nbsp;</p>
<h4>Van luxejacht naar liquidatie</h4>
<p>De Ltd exploiteert sinds 2005 een jacht. De activiteiten bestaan uit verhuur aan gelieerde partijen en derden. De Ltd is vanaf de oprichting structureel verlieslatend. Een Nederlandse bv verstrekt leningen aan de Ltd om de verliezen te compenseren en zet deze in 2013 om in kapitaal. In 2017 wordt het jacht nog slechts verhuurd aan de aandeelhouder en een gelieerde partij. Vanaf augustus 2017 tot april 2018 vindt geen verhuur plaats. Per 1 april 2018 wordt de bv gevoegd in een fiscale eenheid. In december 2018 wordt het jacht verkocht aan de aandeelhouder. De Ltd wordt op 4 november 2019 ontbonden zonder liquidatie-uitkering.</p>
<h4>Zes miljoen aftrek of nul?</h4>
<p>De moedermaatschappij van de fiscale eenheid claimt een liquidatieverlies van ruim € 6 miljoen en wil dit verrekenen met de winst van de gehele fiscale eenheid. De inspecteur stelt dat het liquidatieverlies slechts in aftrek kan komen voor zover de winst is toe te rekenen aan de bv die de deelneming hield. De onderneming van de deelneming is geheel of nagenoeg geheel gestaakt op het moment van voeging in de fiscale eenheid.&nbsp;</p>
<h4>Geen verhuur, geen onderneming</h4>
<p>De rechtbank oordeelt dat het aan de moedermaatschappij is om te bewijzen dat de onderneming van de Ltd nog niet geheel of nagenoeg geheel was gestaakt op het voegingstijdstip. De moedermaatschappij betoogt dat de omzet niet tot minder dan 10% is teruggelopen en stelt inspanningen te hebben verricht om het jacht te verhuren, maar levert daarvoor geen bewijs. Het liquidatieverlies kan daarom alleen in aftrek komen voor zover de winst aan de bv is toe te rekenen. Die bv behaalde in 2019 echter een negatief resultaat, zodat het liquidatieverlies niet in aftrek komt.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Prijsafspraak bij verkoop aandelen verhindert fiscale eenheid</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/02/prijsafspraak-bij-verkoop-aandelen-verhindert-fiscale-eenheid/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Feb 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65993</guid>

					<description><![CDATA[Een bouwbedrijf investeert via een dochter-bv in een zeeschip en past willekeurige afschrijving toe. De]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een bouwbedrijf investeert via een dochter-bv in een zeeschip en past willekeurige afschrijving toe. De moedermaatschappij voegt de dochter in de fiscale eenheid. Enkele jaren later blijkt dat bij de investering een participatieovereenkomst is gesloten met een prijsafspraak voor de latere verkoop van de aandelen. De inspecteur stelt dat hierdoor nooit een fiscale eenheid tot stand is gekomen. Bezit de moeder wel het economisch eigendom van de aandelen in haar dochter?</p>
<h4>Structuur</h4>
<p>Een bv staat aan het hoofd van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een gevoegde dochtermaatschappij exploiteert een bouwbedrijf. Deze dochter richt samen met een scheepvaartonderneming een nieuwe vennootschap op om te investeren in een zeeschip. De nieuwe vennootschap treedt als commanditaire vennoot toe tot een cv die het schip exploiteert. De moedermaatschappij verzoekt om voeging van de nieuwe vennootschap in de fiscale eenheid. De inspecteur geeft een beschikking af met ingangsdatum 29 september 2011. Via de fiscale eenheid brengt de moeder de willekeurige afschrijving op het schip en de exploitatieverliezen in aftrek.</p>
<h4>Participatieovereenkomst</h4>
<p>Na de oprichting sluiten de partijen een participatieovereenkomst. Daarin krijgt de moeder het recht om na drie jaar de aandelen aan de scheepvaartonderneming aan te bieden. De koopprijs wordt berekend volgens een bijgevoegd rekenmodel. Dit model werkt opmerkelijk: bij een hogere taxatiewaarde van het schip daalt de koopprijs voor de aandelen. Een tegengestelde verandering in de waardering van de belastinglatentie matigt namelijk de waardeverandering van het schip. De inspecteur ontdekt de participatieovereenkomst pas tijdens een derdenonderzoek bij de scheepvaartonderneming in 2014.</p>
<h4>Economisch eigendom ontbreekt</h4>
<p>De inspecteur legt navorderingsaanslagen op. Het gerechtshof oordeelt dat de moeder door de prijsafspraak slechts een beperkt risico van waardeverandering draagt. De moeder bezit daarom niet het economisch eigendom van ten minste 95% van de aandelen. De fiscale eenheid is dus nooit tot stand gekomen. Het gerechtshof verwerpt ook het beroep op het vertrouwensbeginsel. De moeder verstrekt bij het voegingsverzoek onjuiste informatie over het economisch eigendom. Zij had redelijkerwijs moeten weten dat de inspecteur daardoor het verzoek niet goed kon beoordelen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hoge Raad halveert belastingrente voor bv’s</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2026/01/hoge-raad-halveert-belastingrente-voor-bvs/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 22 Jan 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65881</guid>

					<description><![CDATA[Goed nieuws voor ondernemers met een bv. De Hoge Raad maakt korte metten met het verhoogde]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Goed nieuws voor ondernemers met een bv. De Hoge Raad maakt korte metten met het verhoogde belastingrentetarief voor de vennootschapsbelasting. Jarenlang betaalden vpb-plichtigen 8% rente, terwijl andere belastingplichtigen slechts 4% kwijt waren. Die ongelijke behandeling is volgens ons hoogste rechtscollege in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het hogere tarief verdwijnt daarmee van tafel. Hoe komt de Hoge Raad tot dit oordeel?</p>
<h4>Bijna een ton aan rente</h4>
<p>Een bv doet in juni 2023 aangifte vennootschapsbelasting over 2021. De inspecteur legt een voorlopige aanslag op en brengt € 90.969 aan belastingrente in rekening. Het tarief op dat moment: 8%. De bv maakt bezwaar. Waarom betaalt zij het dubbele van wat voor andere belastingen geldt? Rechtbank Noord-Nederland geeft de bv in november 2024 gelijk en verklaart de regeling onverbindend. De staatssecretaris legt zich daar niet bij neer en gaat in cassatie.</p>
<h4>Handelsrente? Vergezocht</h4>
<p>De staatssecretaris verdedigt het hogere tarief met een creatief argument. Vpb-plichtigen zijn ondernemers die opereren in het handelsverkeer. Aansluiten bij de wettelijke handelsrente ligt dan voor de hand, aldus de staatssecretaris. De Hoge Raad prikt hier doorheen. Een belastingschuld die nog moet worden geformaliseerd, is geen handelsvordering. De vergelijking gaat mank.</p>
<h4>Schatkist vullen mag, discrimineren niet</h4>
<p>De regeling dient vooral een budgettair doel. Een budgettair doel wordt op zichzelf door de Hoge Raad als legitiem erkend. Maar een lastenverzwaring die hoofdzakelijk de schatkist moet vullen, mag niet zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen worden gelegd. Voor deze selectieve renteverhoging ontbreekt elke rechtvaardiging. Het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden. De Hoge Raad verklaart de betreffende bepaling uit het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend.</p>
<h4>Wat betekent dit voor u?</h4>
<p>Voor de vennootschapsbelasting geldt met terugwerkende kracht weer hetzelfde rentepercentage als voor de andere belastingen. Heeft u bezwaar gemaakt tegen belastingrente? Dan kunt u aanspraak maken op vermindering. Heeft u nog geen bezwaar gemaakt? Controleer dan of de bezwaartermijn nog openstaat. Deze uitspraak biedt kansen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Controlerapport geen beschikking verliesverrekening</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2025/10/controlerapport-geen-beschikking-verliesverrekening/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 16 Oct 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-64630</guid>

					<description><![CDATA[Verliezen kunnen alleen worden verrekend als deze bij beschikking zijn vastgesteld. Een controlerapport]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Verliezen kunnen alleen worden verrekend als deze bij beschikking zijn vastgesteld. Een controlerapport kwalificeert niet als een dergelijke beschikking. Zo&rsquo;n rapport bevat geen formele vaststellingen. Het dient alleen ter ondersteuning bij het vaststellen van aanslagen. Een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat in het controlerapport een hoger te verrekenen verlies staat dan in de formele verliesbeschikkingen, slaagt dan ook niet.&nbsp;</p>
<h4>Boekenonderzoek&nbsp;</h4>
<p>Na een boekenonderzoek bij een bv stelt de inspecteur een verrekenbaar verlies vast, waarvan een deel wordt verrekend via carry-back. De rest blijft beschikbaar voor latere jaren. De inspecteur legt de resultaten van het boekenonderzoek vast in een controlerapport. Daarin staat per abuis een hoger bedrag aan verrekenbaar verlies, omdat geen rekening is gehouden met de carry-back. De bv stelt dat zij erop mag vertrouwen dat de verrekenbare verliezen in het controlerapport juist zijn berekend. De zaak komt uiteindelijk bij de rechtbank.&nbsp;</p>
<h4>Geen beschikking</h4>
<p>De rechter oordeelt dat de bv geen gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen aan de vermelding in het controlerapport. Hoewel dit rapport namens de inspecteur is opgesteld, kwalificeert het niet als een formele verliesbeschikking zoals de wet vereist. Daarnaast stelt de rechter dat de fout in het controlerapport voor de bv kenbaar had moeten zijn. De bv had redelijkerwijs kunnen weten dat het vermelde bedrag in het rapport onjuist was. Daarom biedt het vertrouwensbeginsel in dit geval geen bescherming. De inspecteur handelt correct door de formeel vastgestelde verliezen te hanteren. Dit oordeel wordt later bevestigd door het gerechtshof en de Hoge Raad.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Volgens de rechter is hoge belastingrente oneerlijk</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2025/09/volgens-de-rechter-is-hoge-belastingrente-oneerlijk/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 25 Sep 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-64367</guid>

					<description><![CDATA[De rechter in Den Haag geeft een bedrijf gelijk dat de belastingrente op vennootschapsbelasting (vpb)]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De rechter in Den Haag geeft een bedrijf gelijk dat de belastingrente op vennootschapsbelasting (vpb) veel te hoog vindt. Het&nbsp;bedrijf vraagt in november 2023 om een voorlopige aanslag vpb. De Belastingdienst stuurt deze aanslag in december 2023. Daarbij moet het bedrijf ook &euro;&nbsp;1.658 aan rente betalen. Het bedrijf vindt dat te veel en wil maar &euro;&nbsp;632 betalen. De Belastingdienst gaat hier niet mee akkoord. Het bedrijf gaat naar de rechter en krijgt gelijk. De rechter oordeelt dat de hoge rente&nbsp;in strijd is met het &lsquo;evenredigheidsbeginsel&rsquo;. Dit beginsel betekent dat de overheid bij het maken van regels een eerlijke belangenafweging moet maken en hierbij alle belangen moet betrekken.&nbsp;</p>
<h4>Schatkist&nbsp;</h4>
<p>De overheid wil met de hoge rente geld binnenhalen voor de schatkist. Uit de stukken blijkt dat dit zelfs het belangrijkste doel is. De rechter overweegt dat het verwerven van geld met een hoge belastingrente ten koste van bedrijven niet de bedoeling kan zijn. De overheid heeft te weinig gekeken naar wat deze hoge rente betekent voor bedrijven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt zelfs dat veel mensen de rente te hoog vinden. Ook blijkt hieruit dat de rente niet past bij wat normaal is in de markt. Toch houdt de overheid vast aan de hoge rente, omdat ze het geld nodig heeft.</p>
<h4>Rentepercentage</h4>
<p>De rechter heeft nu een streep gezet door de regeling waarin het rentepercentage staat. Voor het bedrijf in deze zaak betekent dit dat het maar &euro;&nbsp;632 hoeft te betalen in plaats van &euro;&nbsp;1.658. De rechter laat in het midden wat een eerlijk rentepercentage zou zijn. Het bepalen van een eerlijk rentepercentage is aan de overheid overgelaten, waarbij zij een goede belangenafweging moet maken.</p>
<p>De zaak gaat over een technisch onderwerp, maar de kern is simpel: ook de Belastingdienst moet eerlijk zijn en mag niet te veel vragen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Fiscaal compromis vernietigd door dwaling over woningoppervlakte</title>
		<link>https://gosensfm.nl/2025/09/fiscaal-compromis-vernietigd-door-dwaling-over-woningoppervlakte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Gosens Accountancy en Administraties]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Sep 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-64045</guid>

					<description><![CDATA[In 2017 verkoopt een dochtermaatschappij een woning met garage aan de zoon van de dga voor &#8364;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In 2017 verkoopt een dochtermaatschappij een woning met garage aan de zoon van de dga voor &euro; 274.760, terwijl de WOZ-waarde &euro; 398.000 bedraagt. De woning wordt al jaren verhuurd aan dezelfde zoon voor slechts &euro; 1.200 per maand, zonder indexatie. De Belastingdienst beschouwt deze transacties als onzakelijk en wil een correctie van &euro; 639.240 opleggen. Tijdens een hoorgesprek sluiten partijen een compromis op een waarde van &euro; 567.000. De dga verklaart hierbij dat de woning slechts 160 m&sup2; groot is, terwijl de werkelijke oppervlakte 255 m&sup2; bedraagt.&nbsp;</p>
<h4>Compromis</h4>
<p>De Belastingdienst erkent het compromis, maar beroept zich op dwaling. De inspecteur baseert zijn instemming op de uitdrukkelijke verklaring van de dga dat de woning 160 m&sup2; groot is en vergelijkbaar is met het buurpand. Een luchtfoto toont echter een grote uitbouw en een verbouwde garage, wat de werkelijke oppervlakte op 255 m&sup2; brengt. De inspecteur stelt dat hij het compromis onder juiste informatie nooit zou hebben gesloten. De dga vindt dat de Belastingdienst de werkelijke oppervlakte had kunnen achterhalen via openbare bronnen en zich beter had moeten voorbereiden. Hij stelt dat het compromis geldig is en dat de overeengekomen waarde rekening houdt met de verhuurde staat van de woning.</p>
<h4>Dwaling</h4>
<p>Het gerechtshof oordeelt dat het compromis geldig tot stand is gekomen, maar terecht vernietigd kan worden wegens dwaling door onjuiste informatie van de dga. De dga heeft tijdens het hoorgesprek bewust onjuiste informatie over de woonoppervlakte en verbouwingskosten verstrekt . Het grote verschil in cijfers maakt aannemelijk dat de overeenkomst bij juiste informatie niet zou zijn gesloten.</p>
<h4>Onderzoeksplicht</h4>
<p>Het hof stelt dat de inspecteur voldoende onderzoek heeft verricht. Hij laat de woning taxeren, bespreekt beschikbare informatie en confronteert de dga met de oppervlakte van 255 m&sup2;. De dga blijft vasthouden aan zijn onjuiste verklaring. Volgens het hof mag de inspecteur erop vertrouwen dat de dga, als vastgoed-ervaren directeur, de juiste feiten verstrekt.</p>
<h4>Winstcorrecties grotendeels terecht</h4>
<p>Het hof bevestigt dat zowel de verkoopprijs als de huurprijs onzakelijk zijn. De zakelijke waarde van de woning en garage bedraagt &euro; 914.000 en de zakelijke huurprijs &euro; 3.250 per maand. Wel past het hof een korting van &euro; 94.000 toe op de winstcorrectie vanwege beperkte waardedruk bij verkoop aan de huurder.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
